Engelstalige literatuur na 1945 is een driedelig Nederlandstalig overzichtswerk waarin de belangrijkste auteurs en tendensen uit de naoorlogse Engelstalige literatuur en theorie voorgesteld worden. In aanvulling op deel 1, dat handelt over het proza van de Britse eilanden, bespreekt deze bundel het Engelstalige proza van Noord-Amerika, Afrika en Oceanie. Auteurs uit deze continenten genieten een vrij grote bekendheid in het Nederlandse taalgebied en hun romans worden - al dan niet in vertaling - in groten getale gekocht en gelezen. Achtergrondinformatie die deze lectuur kan verdiepen is voor de Nederlandstalige lezer echter nauwelijks voorhanden. Deze bundel probeert aan dit gemis tegemoet te komen door de geinteresseerde lezer op een kritische manier inzicht te verschaffen in de belangrijkste stromingen en figuren van de naoorlogse Amerikaanse en postkoloniale roman. De essays in deze bundel zijn opgehangen aan een toonaangevend auteur, wiens oeuvre echter steeds in een ruimer literair en cultureel tijdskader gesitueerd wordt. Een inleiding schetst de voornaamste ontwikkelingen van het Engelstalige proza buiten de Britse eilanden en elk essay sluit af met een beknopte literatuurlijst, die tevens een aanzet kan zijn om weer verder te lezen.